Net als bij mensen is het tussen honden niet altijd rozengeur en maneschijn, en soms kan het zelfs heel heftig aan toegaan.
Knokpartiien liggen altijd op de loer waar honden samenkomen of samenleven.
Wal te doen als je hond wilt gaan vechten,wat als hij wordt aangevallen?

"Laat maar uitvechten". wordt er meestal aangeraden, "dat gebeurt in de natuur ook en dat regelen ze wel onder elkaar" .
Doreen Planta brengt de nodige nuancering aan.
De relatie tussen de vechtersbazen maakt het vitale verschil uit.
Behoren ze tot dezelfde roedel of hebben ze een andersoortige relatie, of niet.
Gevechten van honden die geen relatie hebben moeten altijd worden gestopt en veel liever nog: worden voorkomen,
Uiteenzettingen tussen roedelgenoten kunnen echter juist een belangrijke functie hebben, al is bij teven altijd grote voorzichtigheid geboden.

Straatgevechten
Gevechten tussen honden die elkaar ergens tegenkomen kunnen ernstig uit de hand lopen.
Dat komt omdat honden geen bijtrem hoeven te hebben ten opzichte van niet-roedelgenoten.
Bij wolven bestaat er vooral een bijtrem naar roedelgenoten en niet tot nauwelijks naar niet-roedelgenoten.
Dit zijn immers indringers en moeten worden verjaagd.
De algemene regel is dus: tracht dit soort gevechten zoveel mogelijk te voorkomen.
Dit kan op een aantal manieren 'Belangrijk is dat honden leren de aanwezigheid van andere honden in liet park en het bos te accepteren en in sommige gevallen dus soortgenoten te leren negeren', aldus Doreen Planta.
'Dat klinkt misschien raar omdat we het altijd hebben over de hond als sociaal dier.
Maar dat sociale gaat over de eigen roedel: in de meeste gevallen is dat liet mensengezin waarin de hond woont.
Het is een misverstand te denken dat de hond het prettig vindt om met willekeurig elke hond te spelen.
Dat spelen kan totaal escaleren.
Dwing ]e je hond om met alle andere honden te spelen, dan kun je hem in een lastig parket brengen.
Kennen honden elkaar en komen ze elkaar vaker tegen in het park en hebben ze door middel van hun gedrag aangegeven het leuk te vinden met elkaar te spelen, dan is er uiteraard geen enkele reden om dit spel tegen te houden.
Wees echter niet zo onvoorzichtig dingen erbij te halen die een gevecht alleen maar in de hand kunnen werken: balletjes en brokjes maken het spellet]e vaak niet leuker maar worden juist inzet voor een gevecht.
Goed onder appel staan is uiteraard ook heel belangrijk bij het voorkomen van gevechten, zodat men de hond kan terug roepen indien dat nodig is.
Hoe vaak wordt nog de eenvoudige beleefdheidsregel overtreden die zo veel narigheid kan voorkomen. Zie je een tegemoetkomend iemand zijn hond aanlijnen, dan moet jij jouw hond bij je roepen en aan de lijn nemen.
Al ben je er nog zo van overtuigd dat jouw hond niets doet.
Met de aangelijnde hond kan overigens ook wat aan de hand zijn. deze kan bijvoorbeeld net een operatie achter de rug hebben en het rustig aan moeten doen.
Toch is dit helaas een regel die overal met voeten wordt getreden.
Men moet doordat een gevecht zou kunnen ontstaan tussen twee honden ook niet elke vorm van agressie zien als het eerste begin van een gevecht.
Waarschijnlijk het vaakst voorkomend zijn teven die zich zullen weren tegen opdringerige heren.
Het is normaal gedrag als een teef een reu afsnauwt die zo brutaal is op haar te springen terwijl daar geen enkele reden toe is.
Hier zal geen gevecht ontstaan, want zo'n reu begrijpt de waarschuwing dat hij te ver is gegaan als de beste en taait zonder morren af.
Ook in andere situaties kan een hond een andere hond afsnauwen alleen al omdat deze zich in de persoonlijke zone van de ander bevindt.
Honden die keurig geleerd hebben naar dit soort signalen te luisteren zullen aftaaien.
Er hoeft dus niet meteen een gevecht te ontstaan.

Elk middel geoorloofd
Zijn de kemphanen in een gevecht verwikkeld dan moet je de hond kennen om te weten wat het beste werkt.
Sommige honden zullen afdruipen als de baas een flinke schreeuw geeft, andere horen hierin een strijdkreet en vatten die op als het sein tot aanval.
Weglopen bij de hond helpt bij de ene, maar werkt bij de andere juist averechts.
'Is het knokken dus toch begonnen dan is', aldus Doreen Planta, 'bij wijze van spreken elk middel toegestaan om de partijen te scheiden' voordat er onherstelbare dingen gebeuren.
De hulp van de eigenaar van de tegenpartij is daarbij hard nodig.
Er zijn honden, die eenmaal vechtend, door het lint gaan en ook mensenhanden die zich in de gevechtszone bevinden grijpen, andere zullen dat wel uit hun hoofd laten.
Het lijkt allemaal in een flits te gebeuren, maar vergis je niet: de vechtersbazen weten meestal precies wat ze doen.
Meer dan de helft van de mensen die worden gebeten hebben zich in een hondengevecht gemengd, dus risicoloos is ingrijpen zeker niet, maar je moet op zo'n moment wat.
Kies de juiste timing en ga zeker niet trekken aan de honden als een van de twee zich in de ander heeft vastgebeten: vreselijke scheurwonden zijn het gevolg.
Voorkomen is dus de kunst, voor je hond en voor jezelf.

Roedelkwesties
Anders is het met conflicten in een roedel.
Deze vinden onder andere plaats op het moment dat honden van rangorde wisselen.
Dat is een proces dat hoe dan ook zijn beloop moet hebben.
Hoe minder men zich daar als baas in mengt, hoe beter.
Dit soort incidenten is er ook nooit opeens, ze zijn al weken, maanden ingeleid met bijvoorbeeld tanden laten zien, grommen, andersoortig dreiggedrag.
Juist als de baas zich er buiten houdt, kan het daarbij blijven, want de betrokken honden kunnen de nieuwe onderlinge verhoudingen vaak al met deze middelen bepalen.
Inmenging van buiten werkt meestal contraproductief, omdat de mens - met de beste bedoelingen - precies de verkeerde ondersteunt.
Hierdoor worden gevechten binnen de roedel bevordert.
Als een van beide honden bijzonder goed onder appèl staat komt het wel voor dat ze het niet wagen de ander te corrigeren voor ongewenst gedrag waar hun baas bij is.
Dit betekent dat als een ondergeschikte iets doet wat normaal gesproken door de dominantere zou worden gecorrigeerd, maar deze durft dat niet door de aanwezigheid van de baas, dan worden dat vaak de honden die vechten als de baas niet thuis is'.
Deze situatie gebeurt nog wel eens bij de oudere hond en de jonge pup des huizes.
De condities voor zo'n conflict worden onbedoeld gecreëerd als de pup steeds in bescherming wordt genomen tegen correcties van de oudere hond.
Deze situatie is dus vergelijkbaar met die van het kind in het gezin: de baas verhoogt door zijn beschermend ingrijpen kunstmatig de positie van het kind of pup.
Met dezelfde risico's: bij afwezigheid van de baas treden de oude dominantiewetten gewoon in werking.
De 'pup met aangeleerde hoogmoedswaanzin' roept dan door zijn vrijmoedige gedrag onevenredig zware correcties over zich af.

Teven
De raadgeving om het vechten op zijn beloop te laten, geldt dus niet op straat maar wel in de roedel.
Daarbij moet een belangrijke kanttekening worden gemaakt: vooral bij reuen.
Die weten namelijk meestal zelf van ophouden, zodra de boodschap is overgekomen.
Teven, dat is een ander verhaal. Lukt het twee teven niet de rangorde onderling op een min of meer harmonieuze manier vast te leggen en te handhaven, dan blijven ze er op een zeer felle manier om vechten.
Bij teven komt het begrip 'overgeven' dan niet gauw in hun woordenboek voor.
Zijn ze eenmaal de drempel over dan wordt dat op den duur een kwestie van erop of eronder.
In zo'n ontspoorde relatie zit er niet veel anders op dan hen permanent te scheiden, want uiteindelijk gaan ze elkaar zeer ernstige dingen aandoen.
Het enige dat eventueel nog zou kunnen resten is een samenleven in een kunstmatige situatie, onder strenge discipline.
Maar nooit mag het toezicht verslappen, want bij afwezigheid daarvan wordt de strijd onmiddellijk hernomen.
Gezien het feit dat teven onderling zo intolerant kunnen zijn, is het opmerkelijk dat ze bij puppykopers zo populair zijn:
de meeste mensen willen een teefje omdat dat 'liever' zou zijn.
Bezitters van een roedel weten beter.
Wie twee honden wil houden, zou de combinatie van twee teven zeker niet als ideaal moeten zien.
Meestal probleemloos is een span van reu en teef, daarna komen twee reuen.
Twee teven is pas laatste keus.

Castratie
Vaak wordt gedacht dat er van castratie (ook de zogenaamde sterilisatie van de teef is over het algemeen een castratie) een kalmerend effect verwacht kan worden op het gedrag.
Dat is echter lang niet altijd zo.
Castratie heeft om te beginnen geen effect bij honden die al hebben leren vechten.
Als aanvallen een gewoonte is geworden speelt het leereffect een veel grotere rol.
De hond heeft immers geleerd dat dit vechten effect heeft, op wat voor manier dan ook.
Offensief agressief gedrag van teven wordt buiten de roedel eerder nog versterkt door castratie, dus in plaats van zachter worden die teven juist feller.
Ook teven binnen een roedel gaan zich, eenmaal gecastreerd, echt niet leuker ten opzichte van elkaar gedragen'.
(NB: Dat de drift tot voortplanting ten grondslag ligt aan de gevechten is echt onzin dat heb ik ook zo nooit gezegd).
Doreen Planta waarschuwt hier ernstig voor: dominant of offensief agressief gedrag is een contraindicatie voor castreren; bij 70% van de teven die dit agressieve gedrag toont wordt dit gedrag erger.
Ook binnen de roedel worden de verhoudingen door castratie eerder nog meer, dan minder gespannen.

Discipline
Teven hebben nu eenmaal onderling een ingewikkelder sociaal spel te spelen.
Maar dat wil niet zeggen dat ze altijd problemen maken, ze moeten ze ook voorkomen met disciplinerende, soms niet bepaald 'lief overkomende maatregelen.
Daarom is het misschien goed om af te sluiten met een voorbeeld van tevengedrag waaruit absoluut ook geen gevecht zal ontstaan, maar dat ten onrechte wel vaak zo wordt verstaan.
Het strenge, disciplinerende gedrag naar jonge honden waarin vooral teven goed zijn.
Terwijl het hele gezin in vervoering de escapades van de pup volgt en veel te veel door de vingers ziet, neemt de volwassen teef de opvoeding serieus ter hand.
Op het oog loopt ze knorrig en grommerig rond,soms grauwt ze naar de pup en geeft die een snerpende gil.
Voor mensen ziet het er misschien niet leuk uit, maar oudere hond en pup begrijpen elkaar perfect en leven in feite in grote duidelijkheid en daardoor uiteindelijk in perfecte harmonie.

BRON:Los Vast