Fatale gevallen van Babesiosis bij de hond in Nederland

Naar aanleiding van berichten over een aantal fatale gevallen van Babesiosis bij honden in Nederland (omgeving Den Haag en Arnhem), waarvan zeker is dat deze honden niet in het buitenland geweest zijn, is contact opgenomen met de afdeling Paracytologie van de Universiteit voor Kleine Gezelschapsdieren te Utrecht. Men heeft bevestigd dat deze berichten op waarheid berusten en onderaan dit artikel vindt u het bericht dat zij ons hebben toegezonden.


De ziekte Babesiosis (of Piroplasmosis) wordt veroorzaakt door een eencellig diertje (protozo), genaamd Babesia canis. De ziektekiem wordt overgedragen door een bepaalde tekensoort (Dermacentor reticulatus), die in de tropen, subtropen en rond de Middellandse Zee algemeen voorkomen. In Nederland kwamen ze slechts sporadisch voor.

Tot voor kort werd dan ook geadviseerd de honden preventief tegen deze ziekte te vaccineren, wanneer men van plan was de hond mee op vakantie te nemen naar landen in Zuid-Europa (zuidelijk Frankrijk, Italië, Spanje, enz), omdat onze honden geen natuurlijke afweer hebben tegen deze tekenziekte. In Nederland zou de betreffende tekensoort niet kunnen overleven, vanwege de te lage temperaturen. Dit blijkt echter niet het geval. In beschut struikgewas en in de verwarmde huizen en kennels heeft de teek het goed naar zijn zin.

Het is echter heel goed mogelijk, dat deze tekensoort zich heeft aangepast aan de omstandigheden in Nederland.

De incubatietijd voor Babesia varieert van 1 tot 2 weken. Na besmetting kunnen de volgende verschijnselen (in het acute stadium) worden waargenomen:

  • lusteloosheid
  • gebrek aan eetlust
  • hoge koorts
  • rode urine
  • versnelde pols en ademhaling.


Behandeling in een vroeg stadium geeft een goede kans op volledig herstel, hoewel de honden wel drager van de ziekte (kunnen) blijven. Van de niet behandelde honden kan een aanzienlijk percentage overlijden.

  1. Een teek die deze ziekte overdraagt, doet dit pas nadat hij een aantal uren vastgezogen heeft gezeten (20 tot 24 uur)
  2. Wanneer Babesia geconstateerd wordt VOORDAT het de chronische vorm heeft aangenomen bij volwassen honden en behandeld wordt met de juiste medicijnen, geneest de hond en is daarna mogelijk immuun voor de ziekte.
  3. Pups dienen onmiddellijk behandeld te worden bij de eerste symptomen, anders is de besmetting fataal. Ook zij zijn na genezing mogelijk immuun.

 

Preventie

Er zijn in Nederland goed werkende middelen in de handel om de hond te beschermen tegen teken (tekenbanden, pipetjes, enz). Tegen Babesia kan men de hond ook laten vaccineren. Deze vaccinatie is een half jaar tot een jaar geldig. Belangrijk is ook, dat men niet uitsluitend op deze middelen vertrouwt, maar de hond regelmatig controleert. Zeker na wandelingen waarbij de hond door kreupelhout heeft kunnen lopen.
Gebruik voor het verwijderen van een teek een goede tekentang. Het gebruik van alcohol, aceton of iets dergelijks om de teek eerst te verdoven, kan ertoe leiden, dat hij door de schok toch nog gifstoffen in het bloed van de hond spuit. Belangrijk bij het verwijderen is, dat ook de kop van de teek uit de huid loslaat, omdat anders de kans op ontstekingen groot is. Verwijderde teken dient men te doden. Het wegspoelen via bijvoorbeeld het toilet heeft geen zin, omdat de teek deze zwemtocht kan overleven.

Een andere tekensoort die in Nederland veelvuldig voorkomt (Ixodes ricinus) kan bij de mens de ziekte van Lyme veroorzaken, maar is voor de hond zelf niet schadelijk (voor zover bekend).

Herkennen

In het beginstadium ziet de teek eruit als een klein spinnetje. Zodra deze echter een gunstige plaats gevonden heeft, haakt hij zich met de kop vast in de huid en begint bloed te zuigen. Al vlug ziet men hem groeien en kan hij wel een centimeter groot worden. Zodra hij genoeg bloed binnen heeft gekregen, laat hij los en valt op de grond. Nadat het bloed verteerd is, begint de cyclus van voren af aan.
Teken laten zich niet alleen op de hond vallen vanuit de struiken, maar kunnen ook vanaf de grond omhoog springen. Teken reageren op lichaamswarmte en omdat de hond over het algemeen een hogere lichaamstemperatuur heeft dan de mens, is hij een gewillige prooi.

Mocht uw hond bovenstaande symptomen vertonen, enige tijd nadat u een teek verwijderd heeft, neemt u dan direct contact op met uw dierenarts en vertel daarbij dat uw hond bezoek heeft gehad van een teek.

Twee berichten van de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht hierover:

Autochtone Babesiose bij de hond in Nederland?

In maart en begin april 2004 zijn drie fatale gevallen van babesiose bij honden, zonder eerder verblijf in het buitenland, vastgesteld in de regio’s Den Haag en Arnhem, waar de infectie inmiddels ook bij tenminste zeven andere honden met verschijnselen is vastgesteld. Voorlopige analyse wijst op Babesia canis, een protozoaire bloedparasiet die wordt overgedragen door Dermacentor teken, die niet in Nederland voorkomen.

Dermacentor teken zijn drie-gastherige teken die zowel in warme als in gematigde streken voorkomen, maar in Europa reikt het verspreidingsgebied tot in Zuid-Engeland, Zuid-België en Midden-Duitsland. Dermacentor teken zijn al wel eerder gevonden op honden van teruggekeerde vakantiegangers en ze zijn vermoedelijk daarmee samenhangend incidenteel aangetroffen op honden die niet in het buitenland waren geweest. Naast de vele importgevallen zijn in Nederland tot dusver slechts sporadisch autochtone gevallen van babesiose beschreven (twee honden in Koog aan de Zaan en bij drie honden op de Veluwe in de tachtiger jaren). De teken zijn destijds vermoedelijk door andere honden meegebracht, hier afgevallen, en ze hebben de infectie waarschijnlijk na vervelling overgedragen zonder zich hier permanent te vestigen.

Nader onderzoek zal uitwijzen of Dermacentor teken zich inmiddels toch in Nederland hebben gevestigd. Hierop vooruitlopend adviseren wij om bij iedere patiënt met anaemie en/of haemoglobinurie babesiose mede op te nemen in de differentiaal diagnose.

Babesia canis ontwikkelt zich uitsluitend in de erythrocyten van de hond. De incubatietijd varieert van één tot twee weken. In het acute stadium worden de volgende verschijnselen waargenomen: apathie, anorexie, hoge koorts, versnelde pols en ademhaling. Er is sprake van haemolytische anaemie, die gepaard kan gaan met haemoglobinurie. In dit stadium zijn de parasieten vaak gemakkelijk aantoonbaar in een bloeduitstrijkje na kleuring met bv Giemsa of haemacolor.

Zonder behandeling kan icterus, splenomegalie en lymfadenopathie ontstaan en in ernstige gevallen nierfalen en diffuse intravasale stolling. In de acute fase kan de diagnose worden gesteld aan de hand van een bloeduitstrijkje (capillair bloed/buffy coat), in meer chronische gevallen bieden serologie (IFT) en eventueel RLB-PCR (incl. Ehrlichiae) houvast (alles in EDTA-bloed). Zonder behandeling kan een aanzienlijk percentage van de voor het eerst geïnfecteerde honden aan babesiose sterven; overlevende honden blijven de infectie dragen.

Als de parasiet in een bloeduitstrijkje wordt aangetoond dient direct een behandeling met imidocarb dipropionaat (Carbesia®) te worden ingezet.

Utrecht, 7 april 2004
Faculteit der Diergeneeskunde

Dr. D.J. Houwers, hoofd VMDC, HA I&I
Dr. E. Teske, haematoloog/oncoloog, HA Gezelschapsdieren
Prof.dr. F.Jongejan, tekendeskundige, HA I&I

Update op vorig bericht - status half april:

De afgelopen week zijn er op de Faculteit Diergeneeskunde maar enkele verdachte honden aangeboden, die mogelijk met Babesia (Tekenbloedziekte) besmet zouden hebben. Dit doet vermoeden dat het aantal honden met babesiose-verdenking in de afgelopen dagen niet ernstig is toegenomen.

Waar Tekenziekte in Nederland?


Op dit moment (half april 2004) zijn er twee beperkte gebieden (Den Haag, Arnhem) waar de teek die de ziekte verspreidt, zich momenteel ophoudt. Door het relatief slechte weer van de afgelopen tijd heeft het zoeken naar de teek Dermacentor, in de verdachte uitlaatgebieden nog niets opgeleverd. Wel zijn er inmiddels bij twee babesiose-patiënten enkele Dermacentor –teken gevonden. Daarmee de aanwezigheid van de teek die de ziekte overbrengt, in ieder geval is aangetoond.

Preventie van de Babesiose door tekenpreventie!

De nadruk bij de preventie van babesiose ligt op het gebied van tekenpreventie. Hiertoe zijn verschillende middelen geregistreerd. Het is belangrijk dat de eigenaar zich realiseert dat geen van die middelen volledige zekerheid biedt. Honden, die met name op braakliggende terreinen, verruigde graslanden of in natuurgebieden worden uitgelaten, moeten dagelijks op de aanwezigheid van teken worden gecontroleerd (vacht aftasten). Dit laatste was natuurlijk al zinvol met het oog op de inheemse teek, Ixodes ricinus.

Geen vaccinatieadvies op dit moment!

Op basis van de –nog- beperkte verspreiding van de Babesia canis–overbrengende teek is er geen reden om preventieve enting te adviseren. Voor een dergelijk advies zal eerst duidelijk moeten worden of Dermacentor-teek zich definitief in ons land heeft gevestigd en de recente bevindingen geen incidenten zijn geweest.
Dezelfde overwegingen gelden ten aanzien van preventieve behandeling met Carbesia ®.

Teken inleveren bij de dierenarts?

Er is in de media aan het publiek gesuggereerd om gevonden/verwijderde teken bij hun dierenarts in te leveren.
Dit biedt wel de mogelijkheid om het eventuele voorkomen van Dermacentor-teek enigszins in kaart te brengen. De faculteit Diergeneeskunde is bereid om de in dit kader aangeboden teken te determineren.


De teken kunnen in 70 % alcohol langere tijd worden bewaard en dus eventueel worden opgespaard. Zonder fixatie zijn ze tot een week houdbaar bij kamertemperatuur.
Inzendingen met opgave van de woonplaats van de gastheer (en waar de hond de laatste week is geweest als dat afwijkt).